Docent sportmassage

Sportverzorger

Het handwerk waar de opleiding om draait. Je leert de vier basisgrepen — effleurage, petrissage, fricties en tapotement — en vooral wanneer je welke greep inzet. Er is verschil tussen een massage voor de wedstrijd, tussendoor en een herstelmassage erna, en dat verschil zit in tempo, druk en volgorde. Je leert ook de gevallen waarin je niet masseert: koorts, verse blessures, huidaandoeningen. En je leert je eigen werkhouding, zodat je dit vak over twintig jaar nog kunt uitoefenen.

Wat je bij dit vak leert

Sportmassage

Effleuragestrijkenlang en rustigPetrissageknedendiep, in rondesFrictieswrijvenklein en gerichtTapotementkloppenkort en ritmisch

De vier basisgrepen, elk met zijn eigen richting en ritme.

  • De vier basisgrepen: effleurage, petrissage, fricties en tapotement
  • Het verschil tussen een voorbehandeling, een tussenbehandeling en een herstelmassage
  • Een behandeling opbouwen: waar je begint, hoe lang je doorgaat, waar je eindigt
  • Druk doseren op wat je onder je handen voelt, niet op wat de sporter vraagt
  • Contra-indicaties: koorts, verse blessures, huidaandoeningen, trombose — de gevallen waarin masseren schadelijk is
  • Je eigen werkhouding, zodat je dit vak over twintig jaar nog kunt uitoefenen

Geeft les bij